Werken in de kou in de vleesindustrie is dagelijkse realiteit. Uitsnijderijen, koelruimtes en vriesopslag hebben lage temperaturen nodig voor de voedselveiligheid. Voor je medewerkers betekent dat een permanente koudebelasting die om duidelijke maatregelen vraagt.

Waar in de vleesindustrie kou ontstaat
De temperatuur verschilt per ruimte en hangt af van het product en de hygiëne-eisen:
- Uitsnijderij en verwerking: vaak rond 7–12 °C.
- Koelruimtes en versbereik: ongeveer 0–4 °C.
- Vriesopslag: −18 °C tot −25 °C.
Omdat de lage temperatuur nodig is voor de voedselveiligheid, kun je de kou niet simpelweg wegverwarmen. De bescherming moet dus bij de persoon en in de werkorganisatie zitten.
Regels en verplichtingen bij koud werk
Het Arbobesluit verplicht werkgevers om de risico's van arbeid bij lage temperaturen te beperken. Werken in de kou hoort daarom thuis in de RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie). Met de norm NEN-EN-ISO 11079 bepaal je de koudebelasting nauwkeuriger, en bij statisch werk onder 5 °C voldoet geschikte kleding aan de norm EN 342. Meer achtergrond vind je bij het Arboportaal over werken in de koude.
Verblijf- en pauzetijden (richtlijn)
- Onder −10 °C: aanbevolen om maximaal circa 4 uur per dag te werken.
- Tussen −10 en −20 °C: minimaal een half uur pauze op kamertemperatuur na elke 2 uur werk.
- Onder −20 °C: verblijf maximaal circa 45 minuten, gevolgd door minimaal 10 minuten pauze op kamertemperatuur.
Maatregelen tegen de kou
- Technisch: scherm tocht af bij deuren en docks, beperk luchtsnelheid en zorg voor droge, slipvaste vloeren.
- Organisatorisch: wissel koude en warmere taken af (taakroulatie), leg vaste opwarmpauzes vast en richt een verwarmde pauzeruimte in (rond 18 °C).
- Persoonlijk: stel kosteloos droge, warme kleding beschikbaar; gebruik voedselveilige, snijbestendige handschoenen en bescherm hoofd en voeten.
Warme handen: direct een veiligheidsmaatregel
Koude, stijve vingers zijn in de uitsnijderij een reîl risico: de grip en fijne motoriek nemen af en het mes schiet sneller uit. Een verwarmde bodywarmer als warme kernlaag onder de werkkleding houdt de romp tussen de pauzes op temperatuur en ondersteunt de doorbloeding van de handen. Zo'n laag vervangt de pauzes of de kleding-norm niet, maar vult ze aan op de plek waar mensen het snelst afkoelen.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Bepalend zijn de actuele wet- en regelgeving en de beoordeling door je arbodeskundige of preventiemedewerker.
Warme kernlaag voor uitsnijderij, koelruimte en vriesopslag — risicovrij te testen met een pilot.
Bekijk de oplossing voor de vleesindustrie →Veelgestelde vragen
Welke temperatuur geldt in een uitsnijderij?
Om hygiëneredenen ligt een uitsnijderij vaak rond 7–12 °C, koelruimtes rond 0–4 °C en vriesopslag op −18 tot −25 °C.
Moet werken in de kou in de RI&E?
Ja. Het Arbobesluit verplicht je de risico's van werken bij lage temperaturen te inventariseren en maatregelen te treffen.
Mag je de temperatuur verhogen om medewerkers te beschermen?
Nee. De temperatuur is bepaald door de voedselveiligheid. De bescherming loopt via kleding, pauzes en werkorganisatie.
